Langstraat weverij Sneivelstrutje

Velen zijn verweven met onze historie. Wat is jouw relatie, een herinnering of interesse in de textieljaren

Ben jij ook een wever?

die achter ons liggen. Textiel is zowel in Geldrop als in Mierlo belangrijk geweest. Ontdek ons verleden >

De Kleine Dommel of Rul is een beek in de Kempen en de Meierij van Den Bosch. ”

De rivier 'De Kleine Dommel' die door Geldrop stroomt, was eeuwenlang van grote betekenis voor de Geldropse textielindustrie. Voor het wassen van de wol, het spoelen van de lakens, het verven en vollen en het bleken van linnen, hadden de Geldroppenaren veel water nodig.

De Bleekvelden herinnert nog aan deze bewerking. Na het logen en wringen werd het linnen op de bleekvelden in het zonlicht uitgelegd. Het linnen mocht niet opdrogen, daarom werd het voortdurend begoten met schoonwater dat uit de zogenaamde giet- sloten werd geschept.
De Kleine Dommel was al van groot belang in de tijd van de thuiswevers. Tot midden 19e eeuw weefde men thuis. De producten die thuiswevers hadden, werden vervolgens afgewerkt en verkocht door zogenoemde fabrikeurs.

- Blik op de Dommel -

De Kleine Dommel

X

Opa van Dooren Wollendekenfabriek Nederland

In 1820 bijna 200 jaar geleden telde Mierlo maar liefst 350 thuiswevers een groot aantal op de totale bevolking. De meeste werkten voor een Fabrikeur (Textielkoopman) die in Helmond of Geldrop woonde.

Dat was in die tijd een hele afstand om daar te komen. En er waren toen nog nauwelijks wegen. Meestal bestond de weg uit een verhard zandpad, waarover de wevers hun geweven stoffen al lopend een lange zware weg moesten afleggen om bij de Fabrikeur te komen.

Aan de rand van Mierlo, vlak bij een zandweg die over de hei naar Heeze liep, stond een wevershuisje dat uit hout en leem was opgetrokken met een strodak en aan de voorkant een deur met twee kleine raampjes. Daar woonde de thuiswever Aert met zijn vrouw Clara en drie kinderen: Cathalijn, Anna en Willem. Iedere dag elf uur aan het weefgetouw om zo in twee weken 80 ellen wollen lakenstof te weven, waarmee hij dan acht gulden verdiende. Om de veertien dagen ging Aert op vrijdag met een kruiwagen vol stoffen naar zijn Fabrikeur in Geldrop, leverde zijn handel in, kreeg uitbetaald en nam ruwe wol mee terug voor de komende weken. Samen dronken ze in het café nog een glaasje.

Video over textiel in Mierlo

X

En dan weer terug 2 uur lopend over het mulle pad naar huis toe. Het zou nog jaren duren voordat daar verbetering in kwam en er een echte weg naar Mierlo liep. Eindelijk rond 1850 kwam de eerste grindweg van Geldrop via Mierlo naar Helmond. En zongen de Mierlosche wevers: “Het lied van de neie weg”

Het lied van de neie weg. ”

Daar zal een grindweg komen
Al door die ruime markstraat
Wie had zulks kunnen dromen
Als hij door ons midden gaat
Dan kunnen wij recht op Helmond aan
Over die schoone kiezelbaan
Recht naar Geldrop door de hei
Vrienden juicht verheugd en blij

- De kleine Dommel
door Otger Koch uit HDC -

X

Sinds de middeleeuwen stond aan De Kleine Dommel een watermolen die dienst deed als graan-, olie- en volmolen bij het riviertje.

Ook toen er aan het begin van de 19e eeuw fabrieken in Geldrop ontstonden, bleef De Kleine Dommel dus van groot belang. Fabrieken werden vaak bij de rivier gebouwd. Zo ook de fabriekspanden van de firma's A.van de Heuvel & Zoon, H. Eijcken & Zonen, A. van der Heijden en wat verder weg de Wollendekenfabriek Nederland.

- Groepsfoto Van den Heuvel en ZN 1907 -

Als volmolen werd de Geldropse watermolen in 1820 opgenomen in de fabriek van wollen stoffen van de firma Van den Heuvel & Eijcken.

Willem van den Heuvel zette in 1851 het bedrijf voort, liet het huidige gebouw neerzetten in 1863 en vernieuwde het waterrad in 1874. In 1874 werd het waterrad vervangen door een Sagebien-waterrad dat de volmachines aandreef. Het was een modern ontwerp voor die tijd.

Wollendekenfabriek Nederland
X
Sagebien waterrad

Een Sagebien waterrad was een langzaam draaiend onderslagrad, dat door een groot aantal licht gebogen schoepen een hoog rendement haalde. Mogelijk is van den Heuvel tot deze keuze gekomen door zijn vriend Petrus Regout, oprichter van de Sphinx aardewerkfabriek.

Regout had voor zijn vernismolen in Maastricht enige jaren daarvoor ook een Sagebien waterrad laten plaatsen.De watertoevoer van de Kleine Dommel gaf niet altijd voldoende energie om alle machines aan te drijven en in 1920 werd overgestapt op electriciteit als energiebron.

Sagebien waterrad ”.

Het waterrad verviel en de restanten kwamen onder een betonnen plaat te liggen. Bij de vestiging van het Weverijmuseum in de fabrieksgebouwen besloot men ook het waterrad in ere te herstellen. Aan de hand van tekeningen van het Maastrichtse rad is het waterrad herbouwd, het heeft een doorsnede van 6,8 meter en een breedte van 2 meter.

In 2000 werd het inwendige waterrad weer in werking gesteld. Nadat in 2012 het waterrad is stil gevallen en ongeveer 1 ½ jaar niet heeft gedraaid werd in 2013 het waterrad opnieuw gerenoveerd. Hierbij werden de lagers vervangen en diverse houten schoepbladen vernieuwd, waarna het rad weer in werking kon worden gesteld.

- Sagebien waterrad -

X
Uitleg waterrad

Het waterrad drijft niets aan; mogelijk wordt met het rad in de toekomst stroom opgewekt of worden weer machines aangedreven. Maar dan moet er via de Kleine Dommel genoeg watertoevoer, stuwing zijn. Nu vormt De Kleine Dommel een prachtig onderdeel van de natuur in Geldrop. Het Sagebienwaterrrad is te zien in het Weverijmuseum.

In 1854 kocht de firma Van den Heuvel de watermolen van baron de Heusch van Zangerije, die hem op zijn beurt weer overgenomen had van de Vrouwe van Mierlo. De molen werd gesloopt en Van den Heuvel gebruikte de raderen als aandrijving voor zijn wolspinnerij.

Video over het Sagebien waterrad in het Weverijmuseum.

X
Weverijmuseum Geldrop

- Molenstraat Geldrop -

X

Wollenstoffenfabrieken

Een van de wollenstoffenfabrieken in de buurt van de Dommel was de firma H, Eijcken en Zonen in de Wielstraat.H. Eijken & Zonen begon in 1855 een stoomwolspinnerij, waar ook geverfd en geappreteerd werd.

Aanvankelijk werkten hier 32 mensen, hetgeen opliep tot 85 in 1876. ln '1896 brandde het fabrieksgebouw tot aan de grond toe af. De oude materialen, vooral het ijzer, werden ter plaatse verkocht. Directeur J. Schellens, die gehuwd was met Mathea Eijcken, gaf opdracht tot de bouw van een nieuwe fabriek. Deze nieuwe fabriek werd ontworpen door architect A. G. de Beer uit filburg. De bouw werd gegund aan Van den Heuvel uit Uden.

0p 1 mei 1897 werd de eerste steen gelegd, die het volgende opschrift draagt: "Door Antoon Schellens werd ik neergelegd. Zijn broertje Herman heeft mij vastgehecht. Alphons de jongste stond hem trouw terzij Gods zegen dale opt werk van primo mei." Het statige hoge gebouw met de twee kleine torentjes, was tot de brand in januari 1979 een herkenningspunt voor Geldrop, omdat het zo boven de bebouwing van het centrum uitstak.

Antonius Stephanus Eijcken fabrikant te Geldrop

Wollendekenfabriek Nederland

In 1916 kocht N.V. De Wit grond aan in de Ter Borghstraat voor de bouw van en textielfabriek, met de naam “Wollendekenfabriek Nederland”. De firma kwam al snel in handen van twee Rotterdammers. In 1945 behoorde de fabriek tot de zes grootste wollen-stoffenfabrieken van Geldrop! De fabriek produceerde vanaf 1950 “Woolly” dekens, die erg bekend werden.

Het hoogtepunt van het bedrijf lag in het begin van de 20e eeuw, toen er meer dan 100 mensen werkten en er een nieuwe spinnerij en drogerij werd bijgebouwd. Het bedrijf heeft tot 1963 bestaan.

Gert Venmans-Bruning - Echtgenote van de directeur.

X
Wollendekenfabriek te Geldrop
X
Briefhoofd bierbrouwerij Cambrinus

Bierbrouwerij van Cambrinus

Tegenover A. van den Heuvel en aan de Dommel heeft ooit de bierbrouwerij van Cambrinus gezeten.

Er waren destijds twee brouwerijen in Geldrop. In 1892 werd de brouwerij overgenomen door Josephus Bolsius. Deze Josephus was getrouwd met de kleindochter van textiel fabrikant Adriaan van den Heuvel.

X

“ Speciaalbieren Geldropsch Bruin ”.

Reclamebiljet collectie RHCe - Reclamebiljet collectie RHCe -

In 1892 werd de daar gevestigde brouwerij overgenomen door Josephus Bolsius.
Deze in ’s-Hertogenbosch geboren bierbrouwer was in 1883 uit Appeltern in Geldrop
komen wonen.

Omwonenden van het pand gingen langs het randje van de afgrond toen bij een storm de schoorsteen (zichtbaar achter het gebouw) tegen de vlakte ging. Maar het allerergst was wel die nacht in november 1910: “Door de ijzeren sluiting der blinden te verbreken en het uitsnijden van eene raam heeft men zich toegang tot het kantoor verschaft en een bedrag van 26 gulden ontvreemd”. De stante pede opgeroepen politiehond uit Helmond bracht geen soelaas. Het kan dus niet anders of de nazaten van deze crimineel eten nog elke dag ossenhaas, kaviaar en kreeft, en spoelen dit weg met champagne!

Bolsius overleed in 1912 op 54-jarige leeftijd. De brouwerij werd in 1916 verkocht en in 1948 maakte een enorme vlammenzee alsnog een einde aan het gebouw.

Hij trouwde daar twee jaar later met Joanna Maria Brigida van den Heuvel, kleindochter van de bekende fabrikant Adriaan van den Heuvel, van de gelijknamige wollenstoffen-fabriek. Bolsius wist van de brouwerij een succesvolle onderneming te maken. Het produceerde onder ander speciaalbieren met namen zoals Geldropsch Bruin, Dogbier, of Cambrinus-Dubbel. Het bedrijf kende ook tegenslagen. In 1906 ontsnapte de brouwerij aan een ramp. Werknemers hadden poetsdoeken op de stoomketel laten liggen, die daardoor vlam vatten. Door snel en kordaat optreden kon erger worden voorkomen.

X

Verleden verweven in heden

De Molenstraat omstreeks 1950 met aan de rechterkant de textielfabriek van Van den Heuvel & Zoon, de oude stuw en nog twee schoorstenen. Tegenwoordig zit hier het prachtige weverijmuseum en staat er op De Bleek nog één schoorsteen overeind als herinnering aan de rijke textielhistorie van Geldrop.

Weverijmuseum oud Weverijmuseum nieuw
- De Molenstraat omstreeks 1950 en 2017 -
X

Verleden verweven in heden

In de Wielstraat stond de fabriek van H. Eijken en Zonen. Zij begonnen hier in 1855 een stoomwolspinnerij. Het bedrijf brandde in 1896 af en werd herbouwd. Het hoogtepunt lag in het begin van de 20e eeuw, toen er meer dan 100 mensen werkten en er een nieuwe spinnerij en drogerij werd bijgebouwd. Het bedrijf heeft tot 1963 bestaan. Het pand brandde in 1979 volledig af. Nu staan er appartementen en heet het gebied daarachter Hofdael. Ook ligt daar Centrum Hofdael, een centrum voor sociale, maatschappelijke en culturele activiteiten.

Wielstraat oud Wielstraat nieuw
- De Wielstraat waar jaren geleden de bibliotheek lag maakt nu onderdeel uit van appartementencomplex Hofdael -

Tricotagefabriek Tweka

Aan de Mierlosweg in Geldrop hier vlakbij, bevond zich veel textielarbeid. Het bekendste voorbeeld is de Tweka. De tricotagefabriek die vooral bekend is om de productie van badkleding.

Daarnaast bouwde Heinrich von der Nahmer aan deze weg een van de allereerste textielfabrieken. De producten van de textielfabrieken moesten natuurlijk ook vervoerd worden. Dit werd gedaan door J.H. Brekel- mans expediteur. Zij vervoerden producten voor wel 57 fabrieken, ook buiten Geldrop.

Geldropsche Tricotfabriek wordt Tweka ”

X

Geldropsche Tricotfabriek wordt Tweka

In 1916 opende Jacques de Heer een eigen fabriek in Geldrop. Hier werkten in het begin 20 man. Het ging erg goed met de firma. Het aantal personeelsleden groeide snel. In deze fabriek werd volgens de nieuwe tricottechniek ondergoed gemaakt. Tricot was destijds nieuw in Geldrop.

Later besloot De Heer om ook badpakken te gaan produceren, wat een goede keuze bleek te zijn. Door het succes wilde De Heer een pakkende merknaam introduceren. Zo werd de naam ‘Drieka’ voorgesteld, vanwege de drie K’s van kleurechtheid, keuze en kwaliteit. De Heer vond deze naam te veel op de verwijzing naar een boerendochter lijken, dus werd er één K van de naam afgehaald. De naam ‘Tricotagefabriek J.A. de Heer’ werd veranderd in ‘N.V. Geldropsche Tricotagefabriek Tweka’ en nog later in ‘N.V. Tweka Tricotagefabrieken’.

Het bedrijf Tweka ging zich in de jaren 50 steeds verder specialiseren in badkleding. Het wordt dan ook steeds meer een mode-artikel en met de stoffen uit Amerika was het een uitdaging dit specialisme steeds verder uit te werken. Wie in die tijd badkleding zei, noemde in een adem Tweka! De wollen tricot raakt in de jaren 50 steeds meer uit de mode. Geweven stoffen nemen hun plaats in door Lastex, een nieuw, nog vrij dik maar voor die tijd zeer elastisch materiaal.

Video over de Tweka.

X

 

 

Jacques de Heer
X
Tweka reclame

Vanaf de jaren 60 worden de bikini's uiterst populair. Voor Tweka is die trend heel belangrijk geweest. Door er goed op in te spelen wist zij een zeer belangrijk deel van de markt te bereiken. Dit ondanks de sterk toenemende concurrentie vanuit het buitenland.

In de jaren ’60 groeide Tweka uit tot het grootste bedrijf van Geldrop met meer dan zevenhonderd medewerkers!

Verplicht ondergoed - 1928

Tweka ontwikkelde zich verder als een snelgroeiend bedrijf. Kort voor de oorlog werkten er meer dan 700 mensen. De export was uitermate belangrijk; landen als België, Indonesië, Duitsland en de Scandinavische landen waren grote afnemers.De oorlog bracht weinig goeds en na afloop moest alles weer worden opgebouwd. Ook bij Tweka. In de eerste naoorlogse jaren was het bedrijf verplicht ondergoed te maken. Badgoed was op dat moment luxe, Nederland had ondergoed gewoon nodig. Maar na enkele jaren heeft Tweka weer een ruimere productenkeus: veel sportkleding, voor atletiek, voetbal en gymnastiek. Daarnaast maakten ze ook kinderkleding, damesjaponnen, mantelpakjes en Tropexkleding voor diegene die naar warmere oorden vertrokken, zoals Indonesië.

Interview met Thomas van Hoek. Zijn tante werkte 51 jaar bij de Tweka.

X

 

 

X

Productie in Tunesië

Het wordt steeds moeilijker om aan mensen te komen die in de confectie ateliers willen werken in Nederland en België. Daarom wordt in 1972 in Tunesië een productiebedrijf geopend. Nu werken daar ongeveer 350 mensen die badkleding en ander producten vervaardigen volgens de kwaliteitseisen van Tweka.
Terwijl het merk Tweka bleef floreren in het hele modespectrum, zeker na de overname van twee high-fashion merken, volgden in de jaren 80 en 90 een aantal fusies. In 1982 werd de fabriek overgeplaatst naar Nuenen. Later in 1997 werd Tweka onderdeel van 'Van Heek-Tweka'. Tweka nu gevestigd in Twente, steeds als onderdeel van onder modefabrikant L. Ten Cate, is nog steeds marktleider in het badmode segment in Nederland met collecties voor kinderen, vrouwen en mannen, ook al gaf Jacques de Heer ooit aan dat de meeste mannen knapper zijn in smoking…

Vandaag de dag staat Tweka in de top-tien-lijst van Europese badkleding fabrikanten met een medewerker bestand van ruim 450. Het bedrijf heeft vier vestigingen in vier landen en exporteert naar achttien landen.

- naai atelier TWEKA -

X

Twekaharmonie - opgericht in 1927 ”

Muziekkorps

Tweka een bedrijf is bijzonder, omdat het al vóór de Tweede Wereldoorlog sociale zorg, arbeidsvoorwaarden, medische zorg en ontspanningsmogelijkheden kende.

Zo richtte de tricotagefabriek in 1927 een eigen harmonie op: de Twekaharmonie. In 1928 verzorgde de dertig man sterke harmonie rondgangen door het dorp en trad zij op bij feesten in de omgeving. Ook trad zij in 1932 op tijdens een internationale voetbalwedstrijd tussen Nederland en België.

Trap met Lust

In datzelfde jaar richtte Tweka ook een eigen wielerclub op, waardoor de bekende Geldropse wielervereniging Trap met Lust concurrentie kreeg!

Tweka begon daarnaast in 1932 met een wielerclub, die een zandbaan kreeg op Klein Braakhuizen. Voorzitter van de vereniging was H. van Rooij. ln korte tijd werd deze vereniging een geduchte concurrent van Trap met Lust, omdat op 28 mei 1933 achter het café van de weduwe Dams aan de Mierloseweg een prachtige betonbaan werd geopend. Ook had Tweka een eigen spaar- en pensioenfonds. Daarnaast werden er voor de medewerkers verschillende activiteiten georganiseerd, waaronder fotowedstrijden, kersvieringen en cabaret. Bovendien vond er elk jaar een uitstapje plaats.

X

Geldrop - Eerste textielfabriek

Heinrich von der Nahmer was één van de eersten die in Geldrop een textielfabriek opende. Hij was de eerste fabrikant die stoomkracht toepaste voor de productie. De fabriek van Von der Nahmer lag aan de Mierloseweg. Op deze locatie hebben daarnaast nog drie andere textielfabrieken gezeten! Het laatste bedrijf was A. van der Heijden & Zoon.

De firma A. S. Eijcken - voorheen Carp - aan de Mierloseweg, werd in 1897 overgenomen door A. van der Heijden en Zoon.

Van der Heijden was voortgekomen uit een echte Geldropse familie van wevers en fabrikeurs. De firma Van der Heijden was een loonspinnerij, die gespecialiseerd was in het spinnen van breigarens.
De gebouwen werden in 1901, 1907 en in 1919 door brand getroffen. Geleidelijk werden er ook wollen stoffen gefabriceerd. Van der Heijden moest het vooral hebben van kloosters, die bij hem de stoffen betrokken voor hun kleding. ln 1931 - dus tijdens de crisisjaren - overleed één der firmanten: Willem van der Heijden. Ondanks die tegenslag wist het bedrijf zich tijdens de crisisjaren te handhaven, In 1954 werd het bedrijf overgenomen door het Helmondse Hatéma, maar de naam bleef ongewijzigd. Het kantoorpand van A. van der Heijden & Zoon staat er nog steeds.

Interview met Geert van Leenders, werkte vanaf zijn 15e jaar bij A. van der Heijden & Zoon.

X
X

Luchtfoto fabriek Van der Heijden ”

X

J.H. Brekelmans Expediteur

Aan de Mierloseweg lag ook het vervoersbedrijf van de familie Brekelmans: J.H. Brekelmans Expediteur. Al vanaf 1887 was dit bedrijf in de familie. Eerst werden er met paard en wagen kolen vervoerd. Later vervoerde Brekelmans ook textiel.


Zo werd er garen aangeleverd voor de productie en werden de eindproducten vervoerd naar de kopende partijen. Brekelmans had wel 57 fabrieken, ook buiten Geldrop, als klant. De route die Brekelmans moest afleggen had als eindbestemming Tilburg. Hier had de textielnijverheid ook een grote omvang. Ook zorgde Brekelmans ervoor dat de eindproducten bij de thuisstopsters kwamen. Zij haalden er de fouten uit.

J.H. Brekelmans Expediteur reed de allereerste auto in Geldrop. Ondanks de opkomst werd het gebruik van paard en wagen niet afgeschaft. Nog tot na de Tweede Wereldoorlog vervoerde Brekelmans spullen met paard en wagen. Een lid van de familie, ome Jan, heeft zelfs eens de weg naar Tilburg afgelegd met paard en wagen! Een lange reis die vier dagen duurde

- pand Brekelmans Expediteur -

Brekelmans Expediteurs
X

Verleden verweven in heden

In tegenstelling tot de meeste bewoners van Geldrop waren de bewoners van het kasteel protestant. Onder andere voor hen werd tegenover de poort die toegang gaf tot de kasteeltuin, op de hoek van de Hofstraat en de Mierlosweg, in 1874 een kleine kerk gebouwd. Toen de verkeersdoorbraak van de Nieuwendijk naar de Mierlosweg werd gemaakt moest het kerkje wijken (1964) en werd de Goede Herderkerk aan de Meeuwenhof als vervanging gebouwd. Nu staat aan de rechterkant het gemeentehuis en verderop appartementencomplex Hofdael. Het pand staat er nog steeds en biedt straks ruimte aan fraaie lofts.

Mierloseweg oud Mierloseweg nieuw
- Mierloseweg -
X

Verleden verweven in heden

Op de eerste foto uit de periode 1930-1935 de Geldropse Tricotagefabriek TWEKA aan de Mierloseweg. Het was het grootste bedrijf van Geldrop. Tijdens de jaren 60 van de vorige eeuw, werkten er dik zevenhonderd mensen, die honderdduizenden badpakken produceerden. Voor wie zich afvraagt wat er op het bordje links staat, er staat op 'Tramhalte op verzoek'.

Tricotagefabriek Tweka oud Tricotagefabriek Tweka nieuw
- Geldropse Tricotagefabriek TWEKA -

Zandpad De Helze

Vanuit de rotonde in Geldrop centrum, bij de kerk, gaat een weg naar Nuenen te beginnen met de Helze. Dit stukje weg was in het midden van de 19e eeuw een breed verhard zandpad en eindigde bij de Kleine dommel waar nu het stukje natuurbos ligt opgesloten, tussen de Beemdstraat en Rietstraat. In 1852 werd hier een textielfabriek gebouwd, waar later vele verschillende ondernemers zich in vestigde.

X
Fabriek van Laken en Bukskin

Fabriek van Laken en Bukskin

Carl Frantzen uit Bergeijk en de Geldropse notaris P.J. van Galen bouwden in 1852 een wollenstoffenfabriek aan de Helze. Frantzen maakte voor het vollen van lakens gebruik van een stoommachine als energiebron.

Fabriek Pessers vh Raue en Bodde aan de Helze

In 1855 had hij 18 mensen in dienst. Het bedrijf heeft tot 1857 bestaan en kwam daarna in handen van Carl Raue en Cornelis Johannes Bodde. Het bedrijf heette ‘Fabriek van Laken en Bukskin’. In 1873 gaf de als ‘stoomvollerij’ omschreven fabriek werk aan 85 mensen. Dit aantal liep in 1876 op tot 98. Dit was voor Geldrop een werkvoorziening van formaat! De fabriek bleef tot 1901 in handen van Raue & Bodde.

X

Fabriek van Laken en Bukskin

ln 1898 werd het fabrieksgebouw twee keer door een pyromaan bezocht. Beide keren kon de brand gelukkig snel worden geblust. Ondanks het aantrekken van de markt na 1895, ging het met de firma Raue en Bodde niet goed. ln 1901 werden de fabrieksgebouwen te koop aangeboden. Het geheel werd omschreven als een "wollenstoffenfabriek met spinnerij, ververij, vollerij, apparatuur, drogerij, magazijnen en werkplaats te Geldrop aan de rivier de Dommel nabij de tramlijn Eindhoven-Geldrop en op een afstand van een half uur van het spoorwegstation Nuenen-Tongelre en l5 minuten van het kanaal." Ook de hele inventaris van de fabriek werd te koop aangeboden. Aanvankelijk deed het gerucht de ronde dat Piet van den Heuvel daar voor zichzelf wilde beginnen, maar hij had het bedrijf als belegging gekocht. Het gebouw werd in dat jaar tijdens de kermis gebruikt als feestzaal voor de R.K. Jongerenbond.

Eind 1901 werd de fabriek verhuurd aan J.A. Raymakers uit Helmond, die er een haspelarij begon. Echter voor korte tijd en weldra verkocht P. van den Heuvel het aan de firma Fooyer en Meijer uit Amsterdam, die daar begon onder de naam ‘Geldropse wolindustrie’. De firma had ambitieuze plannen om het uit te bouwen tot een grotere fabriek. In 1906 was het alweer gedaan en kwam de fabriek wederom leeg te staan.

De fabriek deed dienst als feest- zaal ”

In de jaren 1911 en 1912 deden de gebouwen ook nog dienst als onderkomen voor de arbeiders uit het hele land bij de aanleg van de spoorlijn Eindhoven – Weert.

Stroomtram langs de Helze via de Nieuwendijk richting Eindhoven
X

Firma Pessers uit Tilburg

Baron van Tuyll

Op 30 maart 1912 wordt melding gemaakt dat P. de Wit uit Helmond de gebouwen aan de Helze heeft gekocht en daar begint met een dekenfabriek. Deze is later verhuisd naar de Parallelweg. Vanaf 1914 zijn de gebouwen weer vrij en in 1916 begint de firma Pessers uit Tilburg er een kamgarenspinnerij.

Fabriek Pessers vh Raue en Bodde aan de Helze

Stalling en berg- plaats ”

In 1927 werd het gebouw aan de Helze met gronden gekocht door Baron van Tuyll van Serooskerken. Hij ging het gebruiken voor stalling en bergplaats. Door deze aankoop zorgde hij voor een aangesloten complex van zijn bezittingen.

Deze firma moest regelmatig de productie stopzetten en een periode van stilstand inlassen, door gebrek aan opdrachten. Dit gebeurde ook in 1926, toen op 1 september de werkzaamheden werden stilgelegd. Dit duurde tot januari 1927, wat de langste periode van stilstand was geweest.

Na een dieptepunt in 1926 moest in 1927 de kamgarenspinnerij in de Helze worden verkocht, zodat alleen het bedrijf aan de Nieuwendijk overbleef.

Video interview Ederveen Pessers

X
X

Firma Pessers
uit Tilburg

Daarna werd de firma De Wit uit Schijndel de nieuwe eigenaar. Tenslotte vertrokken in 1940 ook de laatste textielarbeiders van Jansen de Wit uit deze fabriek en raakte het in verval. Een rijke textielgeschiedenis in de ‘Helze’ met diverse eigenaren was ten einde!

Pessers ging nog wel door aan de Nieuwendijk. Hier volgde na 1927 een korte bloei.
ln 1931 moest de firma Pessers als gevolg van de crisis de lonen verlagen en de werktijd verkorten tot drie dagen per week, De export kwam geheel te vervallen. Enigszins afgeslankt wist het bedrijf zich tijdens de crisisjaren te handhaven, waarna tijdens de Tweede Wereldoorlog een bloeiperiode aanbrak. In 1969 sloot Pessers aan de Nieuwendijk voorgoed haar deuren.

 

Video over het fraaie Kasteel Geldrop, een uniek Rijksmonument!

X

 

 

Bij de fabriek
aan de Helze ”

X

Henriëtte Pessers

Henriëtte Pessers (1899-1986) was de dochter van textielfabrikant Pessers en beeldend kunstenaar. Henriëtte Pessers kwam uit Tilburg. Daar volgde ze de RK Leergangen beeldende kunst. In 1925 vertrok ze naar Brussel voor een vervolgopleiding aan de kunstacademie.

Veelzijdig kunstenares ”

Daar kwam ze in contact met het Vlaams Expressionisme waarvan invloeden terug te vinden zijn in haar werk. Haar familie was inmiddels verhuisd naar Geldrop. Vanuit Geldrop bezocht Henriëtte Pessers regelmatig het schildersdorp Heeze waar ze haar vernieuwende werk toonde.

Henriëtte Pessers was een veelzijdig kunstenaar. Ze vervaardigde landschappen, portretten en bloemstillevens, voornamelijk olieverven op doek, maar ook enkele krijttekeningen en etsen. In haar vroege werk zien we naast het Vlaams Expressionisme invloeden terug van het Impressionisme en het Kubisme. In 1939 vestigde Henriëtte Pessers zich permanent in Heeze, waar ze over ging op een meer realistische stijl. Hier is een portret te zien van een wever, Harrie Foelerer, uit de wollenstoffenfabriek van haar vader.

Schilderij
X

Op weg naar grote hoogte vanuit de oude Helze.

Een unieke en zeer spectaculaire foto! Een vermoedelijk uit Duitsland afkomstige koorddanser beklimt de toren van de Brigidakerk via een kabel. Deze kabel was gespannen vanuit de (oude) Helze naar de galmgaten van een van de kerktorens. Ook presteerde hij het om op een motor naar boven te rijden, hiervan zijn helaas (nog) geen.

koorddanser
X

Verleden verweven in het heden

Ontdek het verleden van de St. Brigidakerk.

De St. Brigidakerk werd tussen 1889 en 1891 gebouwd naar ontwerp van architect Carl Weber. De kerk is een van Webers belangrijkste werken en wordt tot op heden gebruikt door de Brigidaparochie in Geldrop. Op de voorgrond is ook nog een bouwbord te zien waarmee de start van de werkzaamheden Centrumplan Geldrop werd aangekondigd. De rotonde is kort daarvoor helemaal opgeknapt.

Helze nieuw Helze oud
X

Verleden verweven in heden

Een ereboog op de Helze voor een gouden bruidspaar. Het is de (oude) Helze. Ver op de achtergrond maar nog onder de boog is een smalle schoorsteen te zien. Dit was de schoorsteen van de fabriek van Raue en Bodde, later de kamgarenspinnerij van Pessers die aan het einde van de Helze stond, ongeveer op de plaats waar nu de brug over de Dommel ligt richting de Wielewaal. Nu staat vlak voor de Dommel The Walker, een kunstwerk van Jan Gils.

Helze oud Helze nieuw
- De Helze in het voorjaar van 2018 en in de periode 1930-1940 -

De Korte Kerk-
straat

De man, die we gaan aanduiden als de Heer van Geldrop, bouwde een versterkte woning niet ver van de Grote en Kleine Heuvel, waardoor die belangrijker werden. De Heer liet vermoedelijk in de 13e eeuw een kerk en vervolgens een molen bouwen, waarvan we weten, dat die omstreeks '1400 bestond. Door wegen aan te leggen van de Grote Heuvel naar de Kleine Heuvel (de Langstraat), van de Grote Heuvel naar de watermolen (Molenstraat) en naar het molenwiel (Wielstraat), en van de beide gehuchten naar de kerk (Kerkstraat en Korte Kerkstraat) ontstond er een centrum, dat zelfs qua plattegrond iets weg had van een stadje.

X

Sint-Brigidakerk

In de 14e eeuw werd in Geldrop een dorpskerk gebouwd, op de plaats van de huidige Sint-Brigidakerk. Eind 19e eeuw wilde men de kerk afbreken, met behoud van de toren. Deze werd na een storm in 1887 echter zo zwaar beschadigd, dat ze eveneens werd gesloopt.

In 1891 werd de nieuwe en huidige Sint- Brigidakerk ingezegend. Het kroonjuweel van Geldrop’, zo mag je de Brigidakerk met zijn twee torens en imposante koepel – de grootste van Noord-Brabant – wel noemen. Architect Carl Weber heeft zichzelf overtroffen met dit gebouw.

Qua bouwstijl wijkt de kerk af van de andere rooms-katholieke kerken die destijds werden gebouwd. Bovendien was de kerk wel erg groot voor een dorp met iets meer dan tweeduizend inwoners. Daarbij kwam dat de parochie nog in 1867 een stuk kleiner was geworden omdat het nabijgelegen dorp Zes- gehuchten een eigen kerk had gekregen. Maar dat zette de inwoners van Geldrop er juist toe aan om een grote kerk te laten bouwen. Die van Zesgehuchten had één toren, dus Geldrop zou er twee moeten krijgen. En een grote koepel!

De bisschop verwachtte dat de parochie zo’n groot gebouw nooit zou kunnen bekostigen, maar hij vergiste zich. Geldrop was inmiddels geen puur agrarisch dorp meer, want er was veel textielindustrie. De textielfabrikanten gaven zonder aarzelen duizenden guldens en de gewone inwoners van Geldrop betaalden allemaal naar draagkracht mee. Het gemeentebestuur tenslotte, maakte de bouw van de tweede toren mogelijk, met een uurwerk. Dat was nodig in een tijd waarin nog niet iedereen een horloge had..

Bekijk de video-impressie van de Brigadekerk

X

 

 

Bouw van de brigadekerk

- Bouw van de kerk -

X
Korte Kerkstraat Korte Kerkstraat voor 1910

Korte Kerkstraat

De fabrikanten uit Geldrop hadden genoeg geld om hun eigen huizen te bouwen. Echter, voor de textiel arbeiders waren er te weinig woningen.

Als oplossing hiervoor lieten enkele Geldroppenaren als J. Wijnacker en J. Scheepers huizen bouwen als geldbelegging. Toch bleef er een tekort aan arbeiderswoningen. In 1905 deed de Meierijsche Courant een beroep op de ‘meer gegoeden’ in Geldrop om arbeiderswoningen te bouwen. Tussen 1900 en 1915 werd bijna de hele Korte Kerkstraat herbouwd. Hierbij werd onder andere het pand van ‘De Kroon’ gesloopt.


1910 - Armenhuisjes worden arbeidswoningen ”


- Korte Kerkstraat
voor en na 1910 -

X

1966 - Korte Kerkstraat herbouwd

pand nieuw fabriekarbeiders

In 1966 werd de westwand van de Korte Kerkstraat gesloopt en vervanger door een groot zakencomplex met negen winkels en een hotel.

De bouw van dit complex had tot gevolg dat de gevellijn zes meten opschoof, waardoor de Korte Kerkstraat breder werd. Het ontwerp was door architect Knaapen gemaakt en het ontwerp werd door aannemer Adriaans uitgevoerd. De sloop begon met het pand van Van Bakel. Hiervoor in de plaats kwam het hotel. In 1967 was de verbouwing van de westkant voltooid en in 1968 werd de rijbaan met een meter verbreed. Later, in 1979, werd de oostwand van de Korte Kerkstraat verbouwd. Nadat het laatste pand was gesloopt, kon projectontwikkelaar Nomij Nederland uit Geldrop beginnen met de bouw van 13 winkels en 26 woningen. Ditmaal had architectenbureau Van Beurden uit Oirschot alles ontworpen, waaronder het verspringen van de gevel, waardoor er een speels geheel ontstond.

- Pand van Van Bakel toen en nu-

X

Herberg ‘De Kroon’

Het oudste huis van Geldrop was de 16e eeuwse herberg genaamd ‘De Kroon’. Deze herberg stond op de hoek van de Heggestraat met de Korte Kerkstraat. Nu heeft het de naam ‘De Zwaan’.

De Kroon nu De Zwaan ”

In De Kroon kwam de sociëteit St. Sebastiaan samen. Deze sociëteit bestond voornamelijk uit fabrikeurs en notabelen. Toen de fabrikeurs meer vrije tijd kregen, doordat zij niet meer zelf naar de jaarmarkten hoefden te gaan, maar de leiding over een fabriek hadden, brachten zij veel tijd door in de sociëteit. De leden van de sociëteit speelden een kaartspel of biljart en dronken samen bier of wijn. Daarnaast organiseerden zij evenementen, waarvan de opbrengst naar de armen gingen. Rond de eeuwwisseling (1900) hadden De Kroon en Knaapen als enige herbergen in Geldrop een Sociëteitsvergunning.

Herberg de Kroon

- Herberg De Kroon -

Herberg de Kroon
X

Welvaart wordt geweven,
draad voor draad ”

Textielfabrikant Vincent van den Heuvel richtte onder meer samen met burgemeester Ter Borgh en gemeentesecretaris Van Vorst de Centrale boerenleenbank op. Door de crisis, die in 1895 een dieptepunt bereikte, waren de boeren genoodzaakt om samen te werken. Op 14 juni 1896 werd besloten om een spaar- en voorschotbank op te richten. Deze bank had tot doel om de boeren uit de handen van de geldwoekeraars te houden. Daarnaast had het een godsdienstig en zedelijk doel, aangezien het om spaarzaamheid, naastenliefde, arbeidzaamheid en matigheid ging. Dit liet zich zien de in oprichting van Boerenbonden en Boerenleenbanken.

Geldrop was het eerste dorp waar een Boerenleenbank werd opgericht. Dit gebeurde in een school die in 1871 werd gebouwd in de Korte Kerkstraat. Vanwege het toenemende aantal leerlingen, werd er jaren later een nieuwe Openbare Lagere school gebouwd in de Stationsstraat.
De boeren zetten hun geld op de bank, zodat dit niet renteloos thuis hoefde te liggen. Lenen deden zij echter niet snel. Zij waren namelijk bang dat dit zich als een lopend vuurtje door het dorp verspreidde. Tot voor de Tweede Wereldoorlog bleef de Boerenleenbank een kleine organisatie. Het werk werd vaak geleid door het hoofd van de school. Na de oorlog kreeg de bank pas een eigen kantoor. In 1966 werd het terrein op de hoek van de Kerkstraat met de Korte Kerkstraat aangekocht en in 1974 werd de naam veranderd in Rabobank, door de fusie tussen de Boerenleenbank met de Raiffeissenbank.

Interview met Rob van den Heuvel, zoon van een textielfabrikant.

X

 

 

- Het bestuur
van de Boerenleenbank
van Geldrop -

X

Welvaart wordt geweven,
draad voor draad

In 1979 behaalde de Rabobank, voorheen de boerenleenbank, een balanstotaal van 100 miljoen gulden. Om deze reden liet de bank een beeld maken door Ruud Ringers. Dit beeld staat nog steeds in de Korte Kerkstraat.

Het heeft Ruud Ringers veel studie gekost alvorens het definitieve ontwerp in brons kon worden gegoten. Ringers bestuurde uitvoerig “de Wevers” op de schilderijen van de Brabantse kunstenaar Vincent van Gogh en bracht verscheidene bezoeken aan het textielmuseum te Tilburg. Daar kreeg hij een goede indruk van de oude handweverij die in het oude Geldrop lange tijd een belangrijke economische rol heeft gespeeld.

- Beeld Ruud Ringers -

X

Paardentram

De textielindustrie had baat bij goed vervoer. Fabrikanten hadden voerlui nodig om hun lakens naar jaarmarkten te vervoeren. Ook kwamen er steeds meer vrachtrijders, zoals Andreas Brekelmans. Pas na de aanleg van de Rijksgrindwegen in 1857 kwam ook het personenvervoer op gang.

In 1888, tijdens de ambtsperiode van burgemeester Ter Borgh, was er geld om een paardentram van Geldrop naar Eindhoven aan te leggen. De naam werd Tramwegmaatschappij Eindhoven-Geldrop, afgekort T.E.G.

Paardentramlijn van Eindhoven naar Geldrop ”

De route van de tramlijn liep vanaf de Nieuwendijk door de Korte Kerkstraat, via de Langstraat naar de Grote Heuvel. Rond 1900 vervoerde de tram per maand gemiddeld 5.000 personen. De paardentram van Eindhoven naar Geldrop verdween in 1906. In deze periode werd er tussen Geldrop en Heeze een paardentramlijn aangelegd.

Paardentramlijn van Eindhoven naar Geldrop

- Paardentramlijn van Eindhoven naar Geldrop -

X

Al in 1898 waren er plannen om een snellere tramverbinding te ontwikkelen tussen Eindhoven en Helmond. Men overwoog een accu- of gastram, maar uiteindelijk viel de keuze op een stoomtram. Vincent van den Heuvel, zoon van Willem van den Heuvel, bracht de plannen tot uitwerking en kreeg op 6 oktober 1898 toestemming van de gemeenteraad van Helmond om een tramlijn van Geldrop over Mierlo tot aan de Krommen Steenweg in Helmond aan te leggen.

Dodelijk
ongeluk ”

Uiteindelijk werd toch besloten de tramlijn niet door de stad te laten lopen en liep de route vanuit de Nieuwendijk naar het vossenhol aan de Heuvel. De tramlijn werd uiteindelijk op 10 januari 1906 opengesteld voor personenvervoer. Al na twee weken in gebruik te zijn, veroorzaakte de tram een dodelijk ongeluk. Een tramarbeider, Martinus van Leeuwen, stapte namelijk uit de tram, voordat deze tot stilstand kwam en viel, waardoor hij onder de tram terecht kwam.

Door de hevige concurrentie van bussen, maakte de tram op 15 mei 1935 de laatste rit voor persoenen en vervolgens in 1936 vond het laatste goederenvervoer plaats.

X

Kermis Korte Kerkstraat circa 1900 ”

X

Verleden verweven in heden

Toen heette de Heuvel richting de Korte Kerkstraat nog de Kerkstraat. Het jaartal van de foto is onbekend, naar schatting rond 1950. Alleen de panden waar Red Fox, de Bruna en Shoeby in zitten staan nog overeind. De herinrichting van dit deel van het centrum van Geldrop start op korte termijn.

De heuvel oud De heuvel nieuw
- Kerkstraat (nu: Heuvel) 1950-2018 -
X

Verleden verweven in heden

Op de oude foto de Korte Kerkstraat in de periode 1950-1960. Van links naar rechts V. Goppel meubels en tapijten, Th. van Hout fotograaf, Rijnders juwelier, Albert Heijn kruidenier, aan de overkant De Gruyter kruidenier, Bata schoenen en Hendrikx fotograaf. Er is inmiddels veel veranderd. Alleen het rijtje panden tegenover de St. Brigidakerk staat er nog in zijn geheel.

De kortekerkstraat oud De kortekerkstraat nieuw
- Korte Kerkstraat 1950/1960-2018 -

Stationsstraat

Tussen 1910-1913 begon de aanleg van de spoorlijn Eindhoven -Weert via Geldrop. Op 30 oktober 1913 werd de verbinding en het station geopend. Dankzij de inspanningen van textielfabrikant Vincent van den Heuvel en het Tweede Kamerlid Regout kreeg de gemeente Geldrop met de Stationsstraat een toegangsweg naar het nieuwe station. Dit gebeurde op kosten van het Rijk. Op hetzelde moment begon de aanleg van de Parallelweg.

X

1913 Opening station
van Geldrop ”

" 30 oktober 1913 zal met gulden letters geboekt staan in de geschiedenis van Geldrop. De lijn is voor ons van het grootste belang. De industrie heeft er de moeilijkste dagen doorgemaakt juist omdat men er verstoken was van verkeersmiddelen en het is slechts aan de ijver der ingezetenen te danken geweest, dat men niet is ten onder gegaan door de felle concurentie. "

Burgemeester Fleskens

Opening spoorlijn Eindhoven
X

Herenhuizen aan de Stationsstraat

Heel geleidelijk kwamen er in de Stationsstraat steeds meer statige herenhuizen. Tegenover het station bouwde M. Schonk in 1914 een stationskoffiehuis, dat later uitgebreid werd met kegelbanen.

Ook werd hotel ‘Het Hof van Holland’ gebouwd, dat gedreven werd door de dames Peijnenburg. Een van de meest opvallende huizen, was het kapitale huis van Willem Goossens, dat de naam "Philoxenia" droeg. Hier woonde later de familie Van Agt.

Ook werd in 1916 een nieuwe school in gebruik genomen, de eerste buiten het centrum. ln 1930 vestigden de Broeders van Dongen zich naast de Openbare school en namen die over. De school werd omgedoopt in R.K. Nazarethschool. Schuin tegenover dit gebouw werd in 1931 een Protestants Christelijke school gebouwd.

Statige herenhuizen, een stations- koffiehuis en kegelbanen ”

De aanleg van de Stationsstraat leidde tot de komst van nieuwe wegen. Zo werd er in 1918 dwars door de percelen van 'de Heilige Geest' een weg gerealiseerd van de Stationsstraat naar de Heggestraat. Deze straat kreeg de naam 'Heilige Geeststraat', naar de percelen van de voormalige Tafel van de Heilige Geest. ln de Heilige Geeststraat kwamen nieuwe huizen en er verscheen zelfs een kousenfabriek van de firma Van Bree. Ook aan de Parallelweg werden vooral in 1924 en in 1930 huizen gebouwd, terwijl in de directe nabijheid van het station Wollendekenfabriek P. de Wit werd opgericht.

Stations Koffiehuis Hotel Hof van Holland
X

Wollendekenfabriek P. de Wit

Textielfabriek 1920

Dankzij het station en betere toegangs(wegen) vestigden textielbedrijven zich in deze omgeving. Het eerste voorbeeld is de wollendekenfabriek van P. de Wit (Helmond). Deze textielfabrikant begon in april 1912 een textiel- fabriek in leegstaande gebouwen aan de Helze. Ruim een jaar later begon hij met de bouw van een nieuwe fabriek aan de Parallelweg. Deze werd in 1914 officieel in gebruik genomen. Van deze fabriek staat de voorgevel nog in de oorspronkelijke staat overeind. Deze gevel is een beschermd monument.

Paardendekens gemaakt van afval ”

De fabriek van P. de Wit produceerde met garen van afvalspinnerijen. Hierdoor kreeg Piet de Wit ook wel de naam Piet Tod. Eén van de producten die van het afval werd gemaakt waren paardendekens. Tijdens de 1e Wereld Oorlog nam de vraag naar dit product toe. Na diverse uitbreidingen ging het bedrijf in 1925 failliet, waardoor Piet in Helmond de spotnaam Piet Failliet kreeg. Er volgde een doorstart van het bedrijf in o.a. Geldrop door een overname door A. van der Lande. Piet bleef directeur en van der Lande werd mededirecteur. Het bedrijf behield dezelfde naam.

Tot 1959 bleef de vestiging in Geldrop bestaan. In 1959 nam het Philips Natuurkundig Laboratorium de gebouwen van de voormalige Wollendekenfabriek aan de Parallelweg over.

Interview met Ellen van Helmond-Klomp. Haar vader werkte jarenlang als tekenaar bij Wollendekenfabriek de Wit.

X

- Textielfabriek 1920 -

X Stukje uit de tijdlijn van Peijnenburg

- Stukje uit de tijdlijn van Peijnenburg -

Peijnenburg’s Koekfabriek

Ook de fabriek van Peijenburg lag met de achterzijde aan de Stationsstraat. Een oude gietijzeren poort met daarin drie koekbakkers is nog steeds zichtbaar.

De Geldropse bakker Harry Peijnenburg krijgt in 1883 een ventvergunning voor brood en koek. Hiermee wordt de basis gelegd voor een bedrijf dat 130 jaar later is uitgegroeid tot een succesvolle fabrikant van ontbijtkoek, koekjes, luxe koek en tussendoorproducten.

Johan Peijnenburg – één van de zonen van Harry – gaat in 1915 op Nieuwendijk 39 in Geldrop van start met de industriële productie van ontbijtkoek. Johan ontwikkelt zich tot een zeer creatieve ondernemer die altijd op zoek is naar nieuwe producten. Door zijn contacten met kunstenaars besteedde hij veel aandacht aan mooie verpakkingen.

ln 1925 behaalde de firma de ,,Coupe d'Argent" tijdens de Salon de la Boulangerie te Parijs, tevens kende de jury met algemene stemmen de ,,Grand Prix d'Honneur" toe. 0p dat moment had de firma Peijnenburg-Scheepers, zoals de koekfabriek ook genoemd werd, al 40 medailles ontvangen. Met deze successen durfde Johan Peijnenburg de winkel in koek, banket en aanverwante artikelen in 1925 op te heffen, om zich uitsluitend te wijden aan zijn koekfabriek.

X
Polaroid fotos van Peijnenburg
Peijnenburg's koekfabriek Peijnenburg's koek auto

Peijnenburg’s Koekfabriek

Tijdens de crisisjaren (1929-1938) ziet Johan kans het bedrijf overeind te houden dankzij zijn inventiviteit. Zo brengt hij in 1933 een Surprisekoek op de markt, een ontbijtkoek waar een aardigheidje bij verpakt zit. Juist in moeilijke tijden waarderen klanten dit soort extraatjes bijzonder. Het zorgt ervoor dat Peijnenburg steeds meer een begrip wordt in de Brabantse huishoudens.

In 1983 bestaat Peijnenburg 100 jaar. Namens H.M. Koningin Beatrix verleent de commissaris van de Koningin in Noord-Brabant aan Peijnenburg’s Koekfabrieken te Geldrop het predicaat Koninklijke. Een prachtige bekroning op 100 jaar vakmanschap.

De koekfabriek van Peijnenburg is nog steeds gevestigd aan de Nieuwendijk in Geldrop. Al ruim 130 jaar. In 2017 behoorde Peijnenburg tot de vitaalste bedrijven van Nederland.

X

Textielfabriek Pessers

De Provinciale weg van Eindhoven naar Geldrop was een ideale vestigingsplaats voor industriëen. Daar lagen fabrieken zoals de strohulzenfabriek van Govers, de landbouwmachinefabriek van Zweegers, de Peijnenburg's Koekfabriek en de textielfabriek van Pessers.

Pessers vestigde zich in 1912 vanuit Tilburg in Geldrop. Zijn eerste bedrijf, aan de Nieuwendijk, was een wollenstoffenfabriek. Zoals we al eerder zagen, had Pessers sinds 1916 bovendien een kamgarenspinnerij in de voormalige fabriek van Raue en Bodde in de Helze. Het bedrijf had veel last van de malaise in de twintiger jaren.

De naam A. Pessers en Zonen werd in 1924 gewijzigd in N.V. Wollenstoffenfabriek. Deze fabriek was voor een groot deel in Duitse handen was.

Na een dieptepunt in 1926 moest in 1927 de kamgarenspinnerij in de Helze worden verkocht, zodat alleen het bedrijf aan de Nieuwendijk overbleef. Net als andere bedrijven volgde na 1927 een korte opbloei.

Textielfabriek Pessers

ln 1931 moest de firma Pessers als gevolg van de crisis de lonen verlagen en de werktijd verkorten tot drie dagen per week, De export kwam geheel te vervallen. Enigszins afgeslankt wist het bedrijf zich tijdens de crisis-jaren te handhaven, waarna tijdens de Tweede Wereldoorlog een bloeiperiode aanbrak.

Wolspinner J. v. Stratum

- Wolspinner J. v. Stratum -

Tussen 1915 en 1920 is er op de Parallelweg nog een korte tijd een wolspinnerij geweest van Jan van Stratum. De laatste van Stratum uit een Geldropse textielfamilie.

X

Textielfabriek Pessers

Medewerksters poseren
tijdens de pauze ”

X

Spaanse arbeiders
bij textielfabriek Pessers

Het verhaal van José Diaz, wie in 1963 vanuit Spanje naar Geldrop kwam om hier in de textielfabriek van Pessers te gaan werken.

Voor het eerst naar de fabriek
"Op een avond in februari 1963 kwam ik met twee andere Spanjaarden in Geldrop aan, een donker dorp. Wij kwamen uit Barcelona, een grote stad en Geldrop was toen nog heel klein. De volgende morgen gingen we te voet naar de textielfabriek. We stapten de kou in, zagen hoe hoog de sneeuw lag en verschoten wel even. Bij de fabriek aangekomen, wachtte ons de volgende teleurstelling, want het was een heel oude fabriek met verouderde machines en wij dachten dat het hier wat moderner zou zijn".

Hard werken
"We zagen al gauw dat de Nederlanders die er werkten het ook niet zo breed hadden als we dachten. Aan het einde van de werkdag hielden ze gewoon hun overall aan, jas er overheen, petje op, fiets op en naar huis. Als het regende, trokken ze een plastic zak van de fabriek over hun lijf, want regenjassen hadden ze niet. Ik kwam uit de stad, droeg mooie kleren en had veel bekijks als ik me na het werk verkleedde. Ik was aangenomen als onderhoudsmonteur, maar heb altijd op de twijnderij gestaan. Het was hard werken en veel overwerken om iets extra’s te verdienen, maar de mensen van de fabriek waren vriendelijk en behulpzaam. Ik ben er gebleven totdat de fabriek failliet ging."

X

Verleden verweven in heden

De eerste foto toont nog de oude textielfabriek. De textielfabriek is bijna een eeuw oud. In 1912 begon het Helmondse bedrijf P. de Wit & Co. er een vestiging. In het topjaar waren er 130 mensen in dienst. In 1926 ging de firma failliet. Uiteindelijk kwam de firam in het bezit van de familie Van der Lande. Tot 1959 bleef ze bestaan als Hatéma. In 1959 zijn de gebouwen aan de Parallelweg in gebruik genomen door het Philips Natuurkundig Laboratorium. Op de tweede foto is de Parallelweg te zien, omstreeks 1970. Tegenwoordig biedt de fabriek en het fabrieksterrein ruimte an lofts en aan woningen.

Stationsstraat oud Stationsstraat nieuw
- De textielfabriek -
X

Verleden verweven in heden

De Stationsstraat, jaartal onbekend naar schatting omstreeks 1920. Rechts op de foto een villa, de latere Hoppenhof. De villa waarin restaurant Den Hoppenhof was gevestigd, stond al jaren op de nominatie om gesloopt en vervangen te worden. De feitelijke sloop en bouw werd vertraagd en stond nu voor laat 2016 op de rol. Na een recente brand is het helemaal gesloopt. Nu staat daar een monumentale villa met zes luxe appartementen. Op de achtergrond de St. Brigidakerk.

Stationsstraat oud Stationsstraat nieuw
- De Stationsstraat -

Bogardeind en de Zusters van liefde

In 1856 richtte de pastorie op de Kleine Heuvel het liefdegesticht van de Congregatie van de Zusters van liefde uit Schijndel op. Het gesticht kwam te liggen aan het Bogardeind. Er waren zes zusters die een bewaarschool (kleuterschool) openden. Zij legden zich daarnaast toe op de verzorging van ouderen.

X

Zusters van liefde

De meisjesschool in Geldrop werd in 1926 overgenomen door de zusters van het Liefdegesticht. Een jaar later werd de school met een verdieping verhoogd.

Vanaf toen bevond zich beneden een bewaarschool en op de bovenverdieping de naaischool (modevakschool) voor de meisjes. In 1927 werd het Sint Annagesticht zelfstandig en in 1931 werd door de samenwerking tussen zuster Juliana van der Heijden, de overste van het St. Annagesticht, en de Geldropse huisarts F. van Kimmenade het St. Anna ziekenhuis opgericht.

Wasserij van St. Anna klooster
Liefdegesticht 1900

- Liefdegesticht 1900 -

- Wasserij van St. Anna klooster -

X

‘De rode cirkel’

In 1926 vestigde F. van Kimmenade zich in Geldrop. Van Kimmenade was pas afgestudeerd als arts en had ambities op het gebied van gezondheidszorg en sociale verbeteringen. Hierbij was hij eigenlijk niet geïnteresseerd om huisarts te worden, maar wilde graag specialiseren.

Openingswoord dr. Van Kimmenade bij de nieuwbouw
							van het St. Anna ziekenhuis

Zijn moeder hield een telegram achter, waardoor hij de kans miste om internist te worden! Via een kennis begon hij in Geldrop als huisarts als versterking van de al lang werkzame dokter van Erp.

De hygiënische en medische omstandigheden waarin boeren en textielarbeiders in die tijd leefden, waren slecht. Daarnaast ontbrak het in Geldrop aan preventieve gezondheidszorg. Vrijwel de enige vorm van zorg werd verleend door de zusters van Schijndel. Van Kimmenade kwam hier geregeld over de vloer en ontwikkelde de wens om iets te regelen op het gebied van gezondheid.

Dokter van Kimmenade maakte ook deel uit van ‘De rode cirkel’. Deze groep had tot doel om de slechte sociale, woon- en werkomstandigheden in Geldrop te verbeteren. Door de wens voor betere omstandigheden is het St. Annaziekenhuis ontstaan. Hierbij kreeg dokter van Kimmenade ook de hulp van Juliana v.d. Heyden, de overste van het St. Annagesticht. Patiënten besloten nu eerder tot een opname in het ziekenhuis, nu deze zo dichtbij was. Hierdoor groeide het Ziekenhuis in snel tempo.

Hygiënische en medische omstandigheden in die tijd waren slecht ”

- Openingswoord dr. Van Kimmenade bij de nieuwbouw van het St. Anna ziekenhuis -

X

Armenhuisjes

Eind 19e eeuw werd de textielnijverheid en de landbouw steeds meer beïnvloed door de economische ontwikkelingen in de wereld.

Zoals we al zagen, was de periode 1895 tot 1914 vrij gunstig voor de Geldropse bedrijven, met uitzondering van het jaar 1907. Toen in 1929 in Amerika de crisis uitbrak, had dit ook consequenties voor Europa. Elk land probeerde zoveel mogelijk eigen bedrijven te beschermen, met het gevolg dat de export werd bemoeilijkt. Daar kwam nog bij dat de gulden pas in 1936 devalueerde.

Hierdoor werden de meeste Nederlandse producten te duur voor de export. Dit had gevolgen voor de productie. Afslanking in de vorm van ontslagen was hierdoor onvermijdelijk. Vanaf 1930 groeide daardoor de werkloosheid wekelijks. Zo waren er op 18 juli 1931 189 geheel en 75 gedeeltelijk werklozen.

Armenhuisjes in de Heggestraat Armenhuisjes in de Heggestraat

De crisis was voor de instellingen, die de sociale zorg op zich hadden genomen, een uitzonderlijke tijd, Normaal werden de werklozen, invaliden en ouderen verzorgd door de eigen familie of bedeeld door het Burgerlijk Armbestuur.

ln sommige gevallen konden gezinnen worden ondergebracht in huizen van het Armbestuur. Deze lagen onder andere in armenhuisjes in de Heggestraat en in de Laarstraat. De vier huizen in de Laarstraat werden in 1913 aan de gemeente verkocht. Een enkele keer kregen de armen iets extra's, bijvoorbeeld als er brood werd uitgedeeld bij het overlijden van een welgesteld inwoner.

Ofschoon er sprake was van een crisisperiode, wilde dit nog niet zeggen dat er in Geldrop veel armen waren in Geldrop. Er was voldoende werk, maar de winsten waren niet erg hoog.

- Armenhuisjes rond Bogardeind -

X

Loon van een wever

1870-1900

In 1870 moest een wever in de fabriek 12 –13 uur per dag werken (6 dagen). In 1890 bleef de 6-daagse werkweek, maar werd de werktijd verminderd tot 10,5 uur per dag. Tussen 12 -12.30 uur mocht gegeten worden, mits het werk daar niet onder leed. Het loon van een wever lag tussen: de f 6.50 – f 7.00 per week.

Gelukkig mochten kinderen ouder dan 12 jaar meewerken in de fabriek voor 52 cent per week. In 1901 kwam de leerplichtwet en mochten kinderen pas vanaf 14 jaar in de fabriek gaan werken.

Inkomen en uitgaven van een wevers gezin

Evert de Wever zat op z’n getouw
Grauw van de honger en blauw van de kou
Hij weeft de hemden voor andermans gat
Maar zelf had hij nooit een hemdeken aan
Dat kost van zijn armenloon niet bestaan

X

Firma van Agt in Geldrop

Vanaf 1876 werd de firma Van den Nieuwenhuyzen & Van Stratum gerekend tot het 6e grootste textielbedrijf in Geldrop. In 1882 werd de fabriek overgenomen door Wilhelmus van den Heuvel, die er de firma W. van den Heuvel & Co startte.

In 1892 startte Wilhelmus een samenwerking met onder andere Petrus van Besouw en werd de naam veranderd in ‘Van Besouw & Cie’. De woning die nu bekend staat als Villa van Agt was van de textielfabrikant A. vd Heuvel gebouwd eind 19e eeuw.

De dames liepen over naar Philips ”

In 1918 werden de witte villa en de fabrieksgebouwen Bogardeind 33 doorlopend naar de Slachthuisstraat, overgenomen door de firma Gebroeders Van Agt, uit Eindhoven. De verhuizing naar Geldrop werd toen ingezet omdat er geen dames meer wilden werken in de spoelerij van de fabriek in Eindhoven, omdat men liever naar de lampjesfabriek van Philips overging. De specialiteit van de firma Van Agt in Geldrop was filterdoek en markiezendoek. Het filterdoek werd onder andere geleverd aan de Sphinx in Maastricht voor het persen van klei en aan suikerfabrieken.

Video interview Van Agt

X

- Bogardeind 1900-1920 -

X

Zeildoek & strozakken

Van Agt vervaardigt ook zeildoek voor vrachtwagens. Het bedrijf werd in 1923 getroffen door de crisis. ln juni 1924 publiceerde de krant de openbare verkoop van de gebouwen en machines in Geldrop en Eindhoven. Het Geldropse bedrijf kon worden gered, en na enkele weken werkloos te zijn geweest, gingen de arbeiders in juli 1924 weer aan de slag. Naast linnen stoffen werden ook wollen en katoen stoffen gefabriceerd en aanverwante artikelen, Vlak voor het uitbreken van de oorlog, maakte het bedrijf een bloeitijd mee, omdat in opdracht van het Ministerie van 0orlog strozakken werden gemaakt voor het Nederlandse leger. De linnenweverij van de gebroeders Van Agt heeft tot 1969 bestaan.

In het pand dat bekend staat als de Villa van Van Agt is nooit de woning geweest van Dries van Agt minister-president van Nederland 1977-1982. Hij bracht zijn jeugd door in ‘Philoxenia’, een kapitale woning aan de Stationsstraat die eerst in handen was van Willem Goossens.

- Gebroeders van Agt -

Gebroeders van Agt

- Villa van Agt Bogardeind -

X

Firma van Agt in Geldrop

Van de Sanden Beeldlaarstraat Van de Sanden Beeldlaarstraat

Op 15 juni 1917 werd er in een advertentie gemeld dat een ‘terrein liggende in de Laarstraat door de verenigde Bakkers is aangekocht. Op dit terrein zal binnen korte tijd een Coöperative Stoombakkerij verrijzen. Later vond in hotel ‘Hof van Holland’ de aanbesteding plaats voor de bouw van de ‘De Electrische Broodfabriek Geldrop’. De broodfabriek werd gerund door de hr. Verschuren en heeft tot 1941 bestaan. Op 14 februari 1944 werd door de heer J.J. van der Sanden uit Eindhoven in een advertentie een grote werkplaats voor het inrichten van een weverij met kantoor gezocht. De heer Van der Sanden die al in 1938 een klein weverijtje bezat in Tongelre, is in 1945 naar dit pand in de Laarstraat verhuist en begonnen met een katoenweverij. Dit bedrijf is gestopt in de jaren 60. Het fabriekspand bestaat nog steeds, maar wordt nu gebruikt als Fysiotherapiepraktijk

Video over Marianne Canters en haar boek over 'Het geheim van het verdwenen Katoenpad'.

 

 

- Luchtfoto -

Luchtfoto met st. Anna Ziekenhuis,
links onder de fabriek van Van den Nieuwenhuijsen,
P. van Besouw en A. en M. van Agt.

X

Verleden verweven in heden

Het Bogardeind is in 2017 heringericht. Nieuw zijn ook de naaldjes, een subtiele verwijzing naar ons textielverleden. Ruim 60 jaar geleden, om precies te zijn 1956, stond er de optocht klaar voor de viering van 100 jaar St. Anna.

Bogardeind oud Bogardeind nieuw
- Bogardeind 2018 en in 1956 -
X

Verleden verweven in heden

Woningbouwproject De Weverij is begin 2018 opgeleverd. Hier stond rond 1900 het bedrijf Van Besouw & Cie. Dit bedrijf had in 1897, op zijn hoogtepunt 70 mensen in dienst, maar dit aantal zakte in tot 15, toen het in 1920 werd overgenomen door de Eindhovense stoomlinnenweverij Fa. Gebr. Van Agt. Deze firma produceerde zwaardere doeksoorten, zoals zeil- en markiezendoek. Deze firma heeft bestaan tot 1985 en had enkele tientallen werknemers in dienst.

Bogardeind oud Bogardeind nieuw
- Bogardeind 2018 en in 1904 -

Sneivelstrutje wordt Langstraat

De Langstraat in Geldrop-Mierlo werd ooit het “Sneivelstrutje” (Jeneverstraatje) genoemd en dat zegt al genoeg over het drankgebruik. In 1863 kwam de eerste echte textielfabriek in de Langstraat; De Stoommachinaal Linnenweverij', in de volksmond 'Het Machinaal'. In de 1940 werden de gebouwen overgenomen door de N.V. Jansen de Wit's kousenfabriek te Schijndel (JéDéWé ofwel De Sok). Anno Nu is de Langstraat een gezellige winkelstraat met een mix van speciaalzaken, landelijke ketens en horeca.
X

Dominee Stephanus Hanewinckel
Dominee Stephanus Hanewinckel

De jenever uit het Sneivelstrutje

De Langstraat in Geldrop werd ooit het "Sneivelstrutje” (Jeneverstraatje) genoemd. Hier vloeide de Jenever (“Zenevel”) blijkbaar rijkelijk want in tegenstelling tot bier zat er op jenever minder belasting. De minder bedeelde Geldroppenaren dronken in de Langstraat klaarblijkelijk eerder een glas jenever van de plaatselijke stokerijen dan een potje Gersten of Lagerbier van Bierbrouwerij Cambrinus uit de Molenstraat.

Coffie en Jenever verslinden ontzagelijk veel tijde en geld.

Rond 1795 waren er in Geldrop twee jeneverstokerijen, drie bierbrouwerijen en maar liefst twintig herbergen en tapperijen, dit op een totale bevolking van 1850 inwoners, waarvan 400 mannen. Van een slokje waren ze niet vies toen.

In 1799 schrijft de protestanse dominee Stephanus Hanewinckel een aantal brieven over zijn reizen door Noordoost-Brabant.

In de 8e brief schrijft de dominee over het drankmisbruik het volgende: “Geldrop zou een welvaarend dorp weezen wanneer deze beter orde op hunne zaaken stelden, doch de coffie en jenever verslinden hier ontzagelijk veel tijd en geld." Hij moet ongetwijfeld door de Langstraat van toen hebben gewandeld. Over de kwaliteit van de textiel is hij zeer te spreken: "Het voornaamste middel van bestaan is het maken van wollen lakens, die er zeer goed geweven en vaak als Leidse lakens verkocht worden."

X
1863 - De Stoommachinaal Linnenweverij - ‘Het Machinaal’ - de eerste echte textielfabriek van de regio
X

1863 - De eerste echte textielfabriek start in de Langstraat

De stoommachinaal linnenweverij in de Langstraat was de eerste echte textielfabriek, omdat in de overige bedrijven waar met stoommachines werd gewerkt, de energie slechts gebruikt werd voor een deel van het productieproces, zoals spinnen of vollen.

Eycken Textiel maatschappij

Hier werden voor het eerst de weefgetouwen machinaal aangedreven. De linnenweverij, in de Geldropse volksmond 'Het Machinaal' genoemd, werd gesticht door Willem Vissers, een uit Drunen afkomstige timmerman, Jan Mathijs Eijcken, Antoon Stephanus Eijcken en De Booij uit Den Bosch. In 1864 werd het fabrieksterrein uitgebreid met de aankoop van een perceel grond van het Armbestuur tussen de fabriek en de Burght. In 1874 werd de vennootschap 'Vissers, Eijcken en De Booij' ontbonden, omdat A.S. Eijcken

ten gevolge van een treinongeluk was overleden. Zijn weduwe zette het bedrijf voort samen met Willem Vissers en Jan Mathijs Eijcken onder de naam Vissers en Eijcken. De textielfabriek was één van de grootste werkgevers in Geldrop met in 1928 222 arbeiders.

In 1933 werd het bedrijf gesloten. In 1940 werden de leegstaande gebouwen aangekocht door de N.V. Jansen de Wit's kousenfabriek te Schijndel.

Het Winkeltje, waar naald en garen nog steeds tastbaar zijn.

 

 

- Lees meer over JéDéWé of De Sok -

X
1940 - Jansen de Wit - ‘JéDéWé’ of ‘De Sok’ - de garenspinnerij van de kousenfabriek"
X

JéDéWé of De Sok

In 1940 werden de leegstaande gebouwen van Vissers en Eijckens aangekocht door de N.V. Jansen de Wit's kousenfabriek te Schijndel.

Men kocht ook de inventaris van de spinnerij ‘De Helze’ op en startte een eigen spinnerij die de toeleverancier van garens voor de kousenfabriek werd. De Koninklijke Kousen- en Sokkenfabriek Jansen De Wit (JéDéWé ofwel De Sok 1915-1985) vindt zijn oorsprong in Tongelre (Eindhoven). Oprichter Martinus Jansen startte daar in 1840 een kleine machinale kousenbreierij. Die in Schijndel tot grote bloei komt.

In 1940 had de spinnerij aan de Langstraat in Geldrop al ruim 150 arbeiders. Na enkele moeilijke oorlogsjaren groeide de Geldropse garenspinnerij tot 233 mensen in 1955. In 1985 ging de N.V. Jansen de Wit's kousenfabriek failliet.

Nu is er in de Langstraat geen fabriek meer te vinden maar is het een gezellige winkelstraat met horeca en zowel speciaalzaken als landelijke winkelketens

Interview met Piet Stoop, oud werknemer van Jansen de Wit.

- Ontdek de langstraat van nu -

JéDéWé Vissers en Eijckens De Sok
X

Verleden verweven in het heden

Ontdek het verleden op de Langstraat 10.

Herenwoning in eclectische bouwtrant - bouwjaar 1870. Tegenwoordig is het Restaurant Jade er gevestigd.

Langstraat 10 nieuw Langstraat 10 oud
X

Verleden verweven in het heden

Kijk goed en ontdek het verleden in het heden. Zoals het Vincentiusgebouw aan de Langstraat 27. Gebouwd in 1898/99.

In 1850 werd in Geldrop de St. Vincentiusvereniging opgericht door voornamelijk Geldropse fabrikanten. De eerste president van de St. Vincentiusvereniging fabrikant Adriaan van den Heuvel. De Vincentianen bevorderen het schoolgaan van arme kinderen en trachtten de armoede te voorkomen door werkverschaffing. In het pand is nu de Jeugdhulp gevestigd.

Meer informatie St. Vincentiusvereniging

Langstraat 27 nieuw Langstraat 27 oud

Op de Heuvel werd 'Gheldorpe' geboren

X

1e vermelding Gheldorpe

- 1e vermelding Gheldorpe -

Het begon op de Heuvels

De eerste vermeldingen van ‘Gheldorpe’ dateren uit 1296 en het bestond uit 2 zandruggen. Deze zandruggen werden de Grote en de Kleine Heuvel genoemd, deze lagen bij rivier de Kleine Dommel. Uiteindelijk zijn de Grote en Kleine Heuvel samengevoegd tot één dorpskern.

“ Van thuiswerkers naar textielindustrie. "

Laekenhandel & Thuiswerkers
De aanwezigheid van heide en gras en dus schapen zorgden voor de productie van wol door thuiswevers. Begin 1600 maakten de thuiswevers in en rond Geldrop-Mierlo prima ‘laekens’. De Heuvel was de plek voor de laekenhandel. Zo had laekenhandelaar Adriaen Amant de Laure rond 1650 meer dan 60 wevers voor zich werken. Adriaen was dankzij deze handel een rijk en belangrijk man. Hij bezat op de Heuvel Herberg de Swaen - één van de oudste herbergen van Geldrop en centrale plek voor de laekenhandel. Ook was Adriaen Amant ‘President-Schepen’. Altijd handig als je een handelsconflict hebt. Zoals op 1 september 1658. Adriaen krijgt dan ruzie met de Leidse koopman Ennis van Hooghte over betalingen. “Voortgaande slaghen geweest en worden er allerlei dinghen gegooid tot stoelen toe”, aldus getuige Jan Dibbits.

Een rechtszaak volgt, die natuurlijk gewonnen werd door Adriaen. Tegenwoordig is Herberg de Swaen Heerenhuys23.

Tussen 1600 en 1800 ging het op en neer met de handel in weefstoffen. De grote verandering kwam met de industrialisatie van de textiel. Joost Vogelpoel was hier de voorloper, hij kwam in Engeland in aanraking met industrialisatie van de textiel. Met deze kennis startte hij op de Heuvel de eerste textielfabriek in wollenlakenen en miselaan. Hij werd ook de eigenaar van herberg 'De Wildeman' (Restaurant Grand Cafe Taste op Heuvel 7A). Zoon Judocus Vogelpoel (later burgemeester van Eindhoven) zorgde voor afzetmarkten in het buitenland.

a class="stoopvideo">Video Horecaplein de Lakenkoopman

X
X
Heuvel met Fabriek A. van de Heuvel & Zoon Heuvel met Fabriek A. van de Heuvel & Zoon

- Heuvel met Fabriek A. van
de Heuvel & Zoon -

De fabrikanten op de heuvel

“ Vogelpoel,
Van den Heuvel en Eijcken ”.

Jan Willem Vogelpoel & zoon Joost (Judocus) waren aan het einde van de 18e eeuw de grootste lakenfabrikant van Geldrop. Van de 11636 miselaan producten in 1795, waren er 8000 van de heer Vogelpoel. Dankzij Jan Willem Vogelpoel is de industrialisatie van de textielnijverheid in Geldrop echt van de grond gekomen. Toch kwam er een eind aan het Vogelpoel textielimperium. Adriaan van den Heuvel nam de gebouwen aan de Heuvel over en hiermee werd grondslag gelegd voor de fabriek A. van den Heuvel & Zoon. Adriaan van den Heuvel trouwde met de zus van fabrikeur Hendrik Eijcken en ging met hem samenwerken. Dit resulteerde in de firma Van den Heuvel & Eijcken, die al snel één van de meest belangrijke in Geldrop werd.De ondernemers gingen in 1854 uit elkaar en begonnen ieder voor zich.

Portret Adrianus van den Heuvel

- Portret Adrianus van
den Heuvel -

N.V. A. van den Heuvel wordt groot
op de Heuvel

De textielfabrieken van de firma van den Heuvel lagen aan de Heuvel en aan de Molenstraat. Willem van den Heuvel overleed op 29 januari 1895. Zijn vier kinderen gingen door met de fabriek onder de naam N.V. A. van den Heuvel. Dit was tevens de naam van hun grootvader Adrianus van den Heuvel. Het doel van de textielfabriek was als volgt: ‘het fabriceren van, en handel in wollen en katoenen manufacturen’. De firma was in 1901 ook de grootste werkgever van Geldrop.

X

Hotel Knaapen

- Hotel Knaapen -

Hard werken - Veel feesten

Geldroppenaren hielden van een drankje, er waren een behoorlijk aantal herbergen waar het bier en de jenever rijkelijk vloeiden. Volgens een beschrijving uit 1794 had Geldrop toen veertien tappers en herbergiers, wat best veel was voor een klein dorp. Enkele bekende herbergen op de Heuvel waren de Wildeman, De Swaen, hotel Knaapen, het Vossenhol en de Rode Leeuw. Die laatste was tevens één van de twee jeneverstokerijen. Het jaarlijkse hoogtepunt was de kermis.

Kermis
Een keer per jaar was er kermis in het dorp. Een deel van de attracties stond op de Heuvel. Daarnaast stonden er ook nog kramen in de Stationsstraat en de Terborghstraat. Tijdens de kermis konden Geldroppenaren zich ontspannen. De (textiel) arbeiders keken het hele jaar uit naar deze week en spaarden hiervoor door middel van een spaarkas in de herberg. De fabrieken in Geldrop waren dan meestal gesloten.

Gilde & de harmonie
De kermis werd geopend door het Geldropse St. Catharina- en Barbaragilde en ‘t St. Jorisgilde. De kermis was voor de gilden de belangrijkste activiteit. De tamboer van het gilde trok op de zaterdag tijdens de kermis door het dorp om de kermis aan te kondigen. Ook het Koningsschieten gebeurde vanaf de Heuvel.
Al vanaf 1857 had Geldrop een harmonie waarvan de naam onbekend is. Later ontstond de harmonie L’Union Musicale die enkele keren is heropgericht en actief is als het Geldrops Muziekcorps (GMC). Vanaf 1900 werd er elk jaar tijdens de zomermaanden een kiosk op de Heuvel geplaatst waarop de harmonie haar concerten kon houden.

Gilde schild

- Gilde-schild -
X
1923 - Harmonie La Reunion Musicale (Later Geldrops Muziek Corps)
X

Verleden verweven in heden

In Geldrop werden vanaf 1 oktober 1947 de politie en brandweer onderdeel van de gemeente en werd de burgemeester hoofd van beide. Vanaf 1969 was de politie gevestigd in een pand op de hoek van de Wiekslag, wat tegenwoordig Laan der Vier Heemskinderen heet. Ook de brandweer kreeg in 1975 een nieuw gebouw, gelegen aan de Laan der Vier Heemskinderen. Daarvoor was de kazerne gelegen aan de Heuvel. In dit pand heeft ook het kantoor van de tramwegmaatschappij Eindhoven- Geldrop gezeten. In 1906 werd er naast dit kantoor een wachtlokaal gebouwd voor de tramreizigers. Hier zit nu een café-restaurant en een hotel. Samen met andere horecazaken zorgen zij voor een bruisend horecaplein.

- De Heuvel omstreeks 1900 met toen nog een tramremise, nu kun je er heerlijk genieten van een hapje en een drankje. -

monument monument
X

Verleden verweven in heden

Eind 16de eeuw was men in en rond Geldrop bezig met textiel. Textiel zit in ons DNA. De grondlegger van de fabrieksmatige productie van textiel was Adrianus van den Heuvel (1794-1854). Hij was de zoon van bierbrouwer en grootgrondbezitter Wilhelmus A. van den Heuvel. Adrianus stond in 1816, op 22 jarige leeftijd ingeschreven als belastingplichtige fabrikeur. Adrianus stichtte rond die tijd, samen met zijn zwager Henricus Eijken een firma in textiel. Zij waren beide lakenfabrikeurs en noemden hun firma 'De Compagnie'. In 1836 kocht Adrianus van den Heuvel een pakhuis, drooghuis, ververij, spinnerij en spoel. Dit pand, in de volksmond 'Het Hooghuis' genoemd, was in 1812 nog in bezit van Joost Vogelpoel, eigenaar van het - in die tijd- met afstand belangrijkste textielbedrijf in Geldrop. In ‘Het Hooghuis’ zit tegenwoordig een restaurant.

- Het 'fabriekshuis' van de voormalige wollenstoffenfabriek A. v.d. Heuvel en Zn uit 1854. Nu een restaurant aan het 'horecaplein'. -

monument monument

credits

Teksten

Bart Meulendijk, Gemeente Geldrop, Wijtze de Groot, Cognito Concepts

Fotografie/Video

RHCe Eindhoven, Gemeente Geldrop-Mierlo, Marco Magielse




Design & Realisatie

Cognito Concepts




Verleden (ver)weven in heden

Ons verhaal dat we gebruiken voor de inrichting van en samenhang in de uitvoering van alle projecten waarmee we het centrum van Geldrop gaan opknappen.


Gemeente Geldrop-Mierlo

Gemeente Geldrop-Mierlo

Deze speciale uitgave rondom het thema (ver)weven in heden is gemaakt in opdracht van de gemeente Geldrop-Mierlo. Voor vragen belt u het cluster Communicatie, bereikbaar via 14 040.